Gisteren had ik voor vanochtend in Mo I Rana een taxi besteld om me naar het vliegveld te brengen. Ik vroeg de chauffeur hoe het was om in Mo I Rana te leven. Goed, was zijn antwoord. Hij vertelde 100-uit over een fietstocht waar alle Noorse taxibedrijven aan gingen meedoen voor de kankerbestrijding, over zijn kinderen, zijn familie die hier woont en dat dit dus voor hem the place to be was enz. Begrijp je? Ja, ik begreep het, denk ik.
Al kon ik niet nalaten te denken: als jij stopt met roken, wordt kanker misschien beter bestreden. Maar, zoals al eerder gezegd, het leven is te kort om consequent te zijn.
Leuk, zo’n klein vliegveldje, veel kleiner dan Maastricht-Aachen Airport of Eindhoven. Ik geloof dat het vliegveld Widerøe heet. Ik was een van de eersten aan de incheckdesk. Mag mijn rugzak mee als handbagage? Nee, die is te groot, antwoordt de official vriendelijk. Dan zet ik hem hier bij de incheckbalie even neer, om snel buiten een filmopnametje te maken. Tien min. later kom ik weer bij mijn rugzak. Een rij passagiers staat al te wachten om in te checken. Blijkt mijn rugzak al te zijn voorzien van een merk en mijn boardingkaart ligt er al bovenop. De incheckofficial glimlacht me vriendelijk toe en loopt weer een poosje weg. Voor koffie?, plasje? Alles gaat rustig. Doet me sterk denken aan slow food, slow city (Vaals). Bevalt me wel. Al denk ik ook wel: met altijd alléén slow kom je er ook niet.
Onderweg naar huis begint het al. Morgen, dat is onderdag: ’s ochtends een crematie, tussen de middag wekelijks lunchen met praktijk, ’s avonds atletenclub. Familie-en vriendencontacten onderhouden, condoleren bij familie van overleden patiënten, tuin in orde maken, wijngaard, schapen en hooglanders inspecteren, stallen uitmesten, kungsleden – langeafstandspad in Zweden voorbereiden enz. enz. Slow moet in je hoofd zitten, anders loop je jezelf voorbij.
In twee vliegtuigen ben ik helemaal achterin geplaatst. Zo’n vieze, oude backpacker, zal de smetteloze dame gisteravond aan het loket wel gedacht hebben. Terwijl ik kort daarvoor mijn kleding en ’s ochtends mezelf nog had gewassen en was geschoren. Mijn schoenen kon ze nog niet geroken hebben. Waarschijnlijk mijn wilde, weelderige haardos! Haha.
In het SASblad lees ik iets over ene Elisabeth Tarras-Wahlberg: if you don’t have dreams, you die. Ik zou daaraan willen toevoegen: als je niet minstens sommige dromen uitprobeert, heb je niet geleefd.
Zo vind ik prachtig hoe de aboriginals van Australië het ontstaan van de wereld bekeken. In het begin was er alleen een droomwereld. Elke stap die men zet vormt een stuk van de wereld. Elke stap creëert een stuk realiteit. Dat vind ik veel poëtischer dan de visie, op deze aarde te worden geworpen en dan in een pijplijn gewrongen te worden, waarin je wordt voortgejaagd van wieg tot graf, met de illusie, je via verzekeringen veilig te stellen voor onheil.
Wat foto’s vanuit ’t “vleegmesjien” tonen besneeuwde bergen en bevroren meren, waar het over 2 weken, als Han en ik daar wandelen, volop lente hoort te zijn. Foto’s. En boven de wolken intens blauw. All the skies are blue (bis). Ik geloof van de Mama’s and Papa’s. Een smoothy van lang geleden.
Na een paar keer overstappen, wat rondhangen op vliegvelden en me ergeren aan het keer op keer wegvallen van de wifiverbinding, kom ik dan toch aan in Düsseldorf. De verkeersverbindingen in Duitsland vond ik op de website van DB, de Deutsche Bahn en zo had ik snel mijn aansluiting op de trein naar Aken, waar ik had afgesproken met mijn jonge vriendin, sinds 37 j. Dus NIET vàn maar SINDS 37 j! Ze heeft een etentje afgezegd, om me op te komen halen. Dat moet toch ware liefde zijn. Van de andere kant, gelukkig is mijn kinderhand gauw gevuld.
Ik weet niet of mijn blog een poosje gaat stilliggen. 30 Juni terug naar het koningspad in Hemavan.
Home, sweet home, Chicago (van wie was dat nummer ook weer?).
Goh, wat wordt het hier vroeg donker!
Woensdag 17 juni 2015 vlucht van Rossvol, Mo I Rana, naar Düsseldorf




