Vrijdag 12 juni 2015 tot Majavatn Camping 28 km gelopen en verder tot Svenningdal Camping 37 km. gelift

image

Majavatn Camping

Majavatn Camping

Mijn cabin Mijn cabin[/caption]

Tuinversiering. Trol?

Tuinversiering. Trol?

We komen weer in een nieuwe Noorse provincie We komen weer in een nieuwe Noorse provincie[/caption]

Mijn lift

Is hier frisjes, brrr

Is hier frisjes, brrr

Vandaag is een heuglijke dag, want 64 jaar geleden kreeg mijn moeder haar tweede baby. Weer een jongetje. Proficiat!
Het interessante van vandaag speelt pas tegen het einde van de dag, maar ik zal toch even beginnen bij het begin.
Het liep niet zo lekker. Tja, men heeft zo van die dagen, nietwaar? Gisteravond voelde ik al een eerste aanzet van shin splint, ofwel, in goed Nederlands, een mediaal tibiaal stresssyndroom. En daar kun je 6 weken last van hebben. Dat krijg je bij overbelasting. Die 45 km. hard asfalt eergisteren hebben mijn beentjes dus geen goed gedaan. Dan maar langzamer lopen en zo veel mogelijk naast het asfalt. Maar dat beetje berm was vaak wel èrg smal, hellend en nat. Nou ja, dacht ik, halverwege de dag kom ik langs camping Bjornstad en dan langs camping Mellingsmo en daar is vast ook wel een rustplek of tankstation met koffie. Tosca had ik gisteravond en vanmorgen voor de afwisseling wat blikvoer bij haar Frolicbrokken gegeven en ook vrij veel, zodat ik minder hoefde te dragen. Ze had vandaag dan ook een energie, daar word je niet goed van. Wil je een plasje doen, of netter gezegd “kleine behoefte”, draait ze om me heen, bijt trekkend aan haar riem, hopeloos. Onderweg bleef ze maar trekken, terwijl we bergaf gingen. Hoogst irritant. Totdat 500 m. verder bleek dat daar een schapenwei was. Sporen van overgestoken grote wilde grazers doen haar minuten lang trekken naar het bos, of, erger nog, achteruit. Had ik haar maar minder te vreten gegeven. Net een overaktief kind na snoep.
Onderweg veel vleesetende plantjes: foto. Beter dat dan vleesetende diertjes. Een als trol versierde boomstronk voor een huis. Foto.
Ik kreeg een hoop sms-jes en telefoontjes tussen de langsrijdende vrachtwagens en campers door. Veel meer dan anders. Vreemd. Zouden ze elkaar allemaal aansteken via tepelatie? Een half uur voor aankomst bij mijn camping dronk ik het laatste drinken op. Eten was al eerder op. Dalijk, aangekomen in de veilige haven, zou ik me installeren, douchen, eten, drinken kopen. Had je gedacht! Zo makkelijk keert een pelgrim niet terug tot het geregelde leven. Eerst een bord langs de weg: hotel gesloten. Mij best. Ik ga wel door naar de camping. Camping dicht. Geen enkele hut open, om illegaal de nacht in door te brengen. Dan maar 500 m. verder lopen naar het dorp, inkopen doen en vragen of er een bus rijdt naar de volgende camping, 37 km. verder. Winkel bestaat niet meer. Ik naar de bushalte: geen tijden aangegeven. Dan maar info vragen bij een woning. Drie woningen, ver uit elkaar gelegen, afgewandeld. Negens iemand thuis. Niet getreurd, hier is ook een stationnetje: wachtruimte gesloten tot 17.15 uur. Het was half vijf. Om 20.20 u. kon ik een trein nemen naar het volgende station, Trofors, 43 km. verder. Maar gisteren had ik al gezocht of daar onderdak was. En ik vond toen op google niks. Dus met de trein naar Trofors gaan brengt ook niets. Wel vond ik in het kleine houten stationnetje een open deur. Als ik nu helemaal geen opties meer heb, dan kan ik 45 min. wachten tot de mensen van het spoor komen, om de wachtkamer open te maken. Dan kan ik hun vragen, of ik in het stationsgebouwtje mag overnachten. Het was er wel warm en er was water en w.c. Alleen had ik niets meer te eten. En morgen 37 km. wandelen met lege maag en shin splint is ook niet alles. Misschien neemt een van die spoorweglui me wel mee, maar waarheen?
Weet je wat? Ik heb nog 3 uur voor de trein komt naar Trofors. Intussen langs de weg gaan staan met een duim omhoog. Hahaha

De hut voor vannacht De hut voor vannacht op camping Svenningdal

Tosca heeft geleerd braaf te wachten, voor ze binnen magTosca heeft geleerd braaf te wachten, voor ze binnen mag

Vanuit mijn hut een vage regenboog Vanuit mijn hut een vage regenboog

Morgen loop ik 7 km. naar Trofors en daar buig ik af van de de grote trans-Noorwegen autoweg, de E 6, om via de 73 naar het oosten, richting Hemavan-Tarnaby, net over de Zweedse grens, te gaan. In dat traject is maar één onderdak, nl. de Hattfjelldal Camping en dat is 43 km. van hier, allemaal over asfalt. Daarna moet ik 70 km. zien te overbruggen naar het Zweedse Hemavan. In dat 70 km.-traject zijn geen overnachtingsmogelijkheden. Misschien toch maar weer liften, mede gezien de noodzakelijke rust voor mijn pootje. Maken we dat aspect van de reis ook eens mee.
De avond wordt gevuld met telefoontjes, smsjes beantwoorden, facebookberichten lezen en denken over hoe ik de komende dagen doorbreng met mijn zere poot. Of het gezellig is? Eigenlijk niet, maar ik heb wat ik hebben moet: buikje enigszins gevuld, onderdak, verwarming, een douchegebouw voor mij alleen. Dat campervolk op een kampeerterrein blijft altijd in hun camper. Dus wie doet me wat?