Vandaag staat in het teken van het organiseren en plannen. Het zal anderen niet veel interesseren, maar ik schrijf het toch op, om het zelf niet te vergeten.
De resterende 629 km. van hier, Abisko, naar de Noordkaap wordt opgedeeld in drie stukken:
1) 188 km. van Abisko tot Kilpisjärvi
2) 186 km. van Kilpisjärvi tot de hoofdstad van de Samen, Kautokeino
3) 355 km. van Kautokeino tot de Noorkaap
Dat zou in 3,5 week, zeg 4 weken zijn te doen. Dan zou ik rond de 18e aug. aankomen op de Noordkaap, precies 10 maanden na de aanvang van mijn reis op 18 okt. in Tarifa.
Echter na het eerste stuk, in Kilpishärvi, dus na 7-8 dagen, is pas weer voedsel te krijgen. Balen, balen. Tosca vreet minstens 3/4 kilo per dag en ik nog meer. Dus tot Kilpisjärvi moet ik zeker 10 kg. extra meenemen. Dat past niet eens in mijn rugzak. Ook heb ik een brandertje en kookketeltje extra moeten aanschaffen, want ik wil alleen gedroogd voer, zoals pasta, of ingedroogde maaltijden. Die zijn minder zwaar dan allerlei blikvoer. En om dat ingedroogde spul te koken is dus dat kooktoestelletje nodig. Ook is een optie om 1 week keihard door te lopen. Dan ben ik sneller in Kilpisjärvi en hoef dus voor minder dagen mee te slepen. Ik kan beter snel naar Kilpisjärvi gaan en daar dan een dag langer blijven, dan langzaam te wandelen met die zware plunje en intussen te zijn verstoken van electriciteit en andere voorzieningen. Dezelfde overwegingen gelden voor de daar op volgende twee trajecten.
De eerste twee delen vallen onder de Nordkallotleden, een in totaal 800 km. lange internationale wandelroute door Noors, Zweeds en Fins Lapland. Daar liggen tenminste nog al-dan-niet bemande hutten. Maar het derde stuk, de 350 km. van Kautokeino naar de Noordkaap heeft geen hutten en trouwens ook nauwelijks plaatsjes. Hoe ik daar moet overnachten en aan eten kom, moet ik morgen of zo nog uitvogelen.
En dan is nog de vraag, of ik Duitser Jan nog ontmoet. Hij is ook onderweg naar Abisko, waar ik nu zit, maar nam een langere route, waardoor hij een dag of drie achterligt. Net als ik de laatste dagen, heeft hij natuurlijk ook geen telefoonbereik. Dus ik weet niet zeker waneer hij hier aankomt. Ik zou graag met hem samen lopen, de volgende twee stukken, 376 km. naar Kautokeino, om veiligheidsredenen. Jan heeft een fatsoenlijke gps. Wel zo fijn. En zouden we een beer tegenkomen, dan schrikt die waarschijnlijk van mij. Wel zo fijn voor Jan. Na 375 km, vanaf Kautokeino, splitsen onze wegen zich dan weer.
Allemaal redenen om hier in Abisko even een paar dagen pas op de plaats te maken. Bovendien wil ik nog onnodige spullen opsturen naar huis, als hier tenminste een postkantoortje is. En tenslotte staat me bij, dat straks in Kautokeino een museumpje zou zijn over de cultuur van de Samen, de Indianen van Europa. Een bijna vergeten en in ieder geval sterk verwaarloosde bevolkingsgroep, wier cultuur dreigt op te gaan in de grote westerse consumptiemaatschappij van algemene, grijze eenheidsworst.
Wat bracht de dag? Kleren in de wasmachine, zoeken naar voedingsverpakkingen en een kooktoestel, route dus uitzoeken en plannen voor de resterende 629 km. Uren lang uitzoeken welke foto’s horen bij welke blog en welke plaatsnamen daar bij horen. Sms-en, telefoneren, hond verzorgen. En dan vond ik het vanavond tijd om mezelf eens te verwennen met een etentje in het restaurant van de hut/hotel hier. Pilsje erbij: 9 E! Kopje heerlijke paddenstoelensoep, maar waarschijnlijk bedoeld voor kabouter Spillebeen, zo klein. Twee stukjes haring, met drie kleine aardappeltjes en enige stengeltjes peterselieachtig spul. Haute cuisine, maar niet voor hongerige trekkers! Dan nog maar een ijsje na: 2 halve bolletjes in een zoete saus. Ik vroeg of ze geen brood hadden, zodat na het diner in ieder geval de bodem van mijn maag bedekt zou zijn. Ik kreeg twee stukjes brood. Ik dacht dat Holland bekend stond om zijn zuinigheid. Bv. de schuifkaas. Iedere keer als je hapt in de boterham, schuift het plakje kaas op, zodat je aan het eind ’t plakje weer kunt gebruiken voor de volgende snee. Nou, hier kunnen ze er ook wat van. De twee stukjes brood uit het mandje van de buren heb ik ook maar meegenomen, nadat ze vertrokken waren.
Dus vandaag niets spectaculairs, maar weer een hoop geïnfrastruktureer. Wat vandaag niet is, komt morgen wel.
NB. Steeds als ik een grens oversteek doe ik een beroep op donateurs om aan Mama Alice te denken. Morgen ga ik de Zweeds-Noorse grens over. Over ongeveer een week ga ik Finland binnen, om kort daarna weer in Noorwegen te komen. Voor degenen die het niet weten: Met mijn tocht steun ik Mama Alice. Een organisatie, opgezet door “onze” Fréderique Kallen uit Hoogcrutz-Noorbeek. Fréderique woont en werkt in Peru en met haar organisatie Mama Alice (genoemd naar haar overleden moeder) vangt zij straatkinderen op en steunt hen, in Peru. Een van mijn schoondochters komt ook uit Peru en zo voel ik een band tussen mijn woonstreek en het land waar twee van mijn kleinkinderen voor de helft uit stammen. We hebben al 10.000 E verzameld en ik hoop dat we de 15.000 halen.


