Francien en ik dachten, dat we met de beheerder van ons parochiehuis hadden afgesproken om 9.50. Hij zou Francien dan naar het 15 km. verder gelegen Skogn brengen, waar Fr. dan 25 min. later de trein kon nemen naar het vliegveld. Maar de goede man kwam al om 8.30 u., meer dan een uur te vroeg. We zijn nog aan het ontbijten en moeten nog inpakken, maar kom er bij zitten. Koffie of thee! Nee, hij zou later terugkomen. Wij vonden zijn volgende voorstel wel krap: tien vóór tien Fr. oppikken en tien óver tien zou haar trein gaan. Maar goed. Het bleek achteraf allemaal te zijn gelukt. Ik moest 40 km. lopen naar Stiklestad, maar de eerste 7 km. kon ik met Francien en de goede heer meeliften, tot waar mijn weg van de hunne afsloeg. Gelukkig met vrij weinig regen en met de wind in de rug liep ik lekker door. Ik had de keus uit een langere route voor pelgrims over glibberpaadjes door het bos via de pelgrimsherberg Munkeby, of de wat minder lange via Levanger, maar dan wel continu over wegen en fietspaden. Ik koos, gezien het natte weer en de lengte, voor de laatste route. Onderweg even een koffie gedronken en daar mijn blog van donderdag bijgewerkt, want er was wifi. Nog een korte stop in een bushokje om mijn lunch te verorberen en een ministopje om Frolic-hondenbrokken te kopen voor Tosca. Om een uur of vier was ik al in de pelgrimsherberg van Stiklestad, een dorp van niks. Niet eens een winkel. Maar hier heeft de heilige held koning Olaf, die in Noorwegen het Christendom bracht, in 1030 het leven gelaten. Nu dus een pleisterplaats voor pelgrims, zoals ik? In het pelgrimscentrum zie ik nogal veel stemmig geklede, beheerste, rustige, ouderen, waarschijnlijk overdag mediterend of cursus volgend. Niet bepaald de dolle pret waarvan men thuis verwacht, dat ik die hier ervaar. Ik heb hier in het pelgrimscentrum een chique hotelkamer voor een prijs die lager is dan voor een houten campinghut. En zo hoort het ook. Voor Tosca moet ik een droog, windvrij hoekje zoeken. Ik denk dat ze er blij mee is, want vannacht lag ze binnen, weer op haar rug, met de poten hoog, omdat ze niet houdt van warmte, terwijl wij het helemaal niet warm vonden.
Een sms-je van dochter Marietje in Z-Noorwegen: ze heeft voor mij, dat wil zeggen voor Tosca, een onderkomen gevonden voor als ik naar Nl. ga. Een pak van mijn hart. Want vindt maar eens een asiel honderden km. van hier. Alle websites in het Noors en sowieso moet ik me haasten met een asiel zoeken voor Tos, want tegen die tijd is het ongeveer vakantie hier. Na uitgebreid zoeken naar overnachtingsplaatsen voor de komende dagen (er zijn immers geen gemarkeerde pelgrimswegen meer noordelijk van hier) ben ik maar eens op google het door Marieke geboekte hondenasiel gaan opzoeken, waar ik Tosca een week kan onderbrengen. Maar dat ligt meer dan 100 km. van het vliegveld af en ook 100 km. buiten mijn route. Hoe regel ik dat? Een hond mag in Noorwegen niet in de bus. Een auto huren kan alleen in grote plaatsen en die passeer ik de komende weken niet meer. Hoe moet ik dat nu weer allemaal regelen? Overdag loop ik en ’s avonds moet ik plannen voor ’s anderendaags. En het asiel verwacht een spoedig antwoord van mij.
Voor het geval Han, mijn wandelcompagnon voor de week van 29 juni dit leest: wandeldoel: vóór 19 juni in Hemavan (Zweden) aankomen. Vandaar in Mo I Rana( Noorwegen) zien te komen vóór 20 juni. Vandaar naar het asiel in Sundoy, in de buurt van Møsjoen gaan (100 km. zuidelijker). En weer direct terug, want 21 juni vliegen van Mo I Rana naar Nl. In Hemavan is geen auto te huur. Misschien dan maar niet wandelen van hier naar Hemavan, maar wandelen in de totaal andere richting, 300 km. of zo naar het asiel nabij Mosjoen. Dat is even ver als van hier naar Hemavan. Hond daar achterlaten en met trein naar Mo I Rana. Maar hoe moet dat dan weer, Han, als wij samen vanuit Nl. in Noorwegen aankomen? Bovendien, als ik van hier wandel naar Mosjoen, moet ik een paarhonderd km. lopen over de autoweg, de E6 en dat is uiterst onplezierig, bovendien gevaarlijk. Ik denk nog een nacht en dag heel hard en dan vind ik wel een oplossing. Zo zie je, geen tijd voor allerlei sociale interventies. Ho maar. Infrastruktureren, that’s what it’s all about. Nu is het al 21.37 u. En ik wil nog zoeken naar andere asiels, autohuur, sms-en etc. De dagen zijn hier heel erg lang en nog zijn ze te kort. Of ligt dat aan mij? Als ik deze reis wil voltooien, hetgeen ik natuurlijk doe, is er geen alternatief voor het geregel. Een echte soldaat slaapt niet, maar rust. Voor mij zelfs nauwelijks rust, alleen maar tijdens het lopen. Gek, hè.
Terwijl ik dit allemaal ben aan het schrijven wordt er op de deur geklopt. Oei, oei, dat zal wel over Tosca gaan. Die is los gekomen, of ze blaft, of schrikt mensen af? Hello, zegt de man voor de deur. Ik ben in jouw kamer ingedeeld. Nou, dan come in. Onze tweepersoonskamer is dan dus helemaal vol. Brenton is Amerikaan, maar is geboren en 18 jaar opgegroeid in Kenia. Woonde kort in Nebraska (VS), trouwde in Kenia met een Amerikaanse die daar werkte, woonde vervolgens jaren in China, waar hij Engelse les gaf en woont nu tijdelijk in Noorwegen. Zijn ouders en grootouders waren missionarissen. We praatten tot na middernacht. Om 5 uur morgen wil hij opstaan, want hij wil 30 km. lopen. Ik wil 34 lopen, maar heb, vanwege het late uur, de wekker op 8 u. gezet. We spraken over Kenia. Je blijft altijd wit, en zij zijn zwart. Wit zijn betekent voor veel Afrikanen rijk, geld. Dat schept al ongelijkheid. De extreme smog in China, waardoor Brenton Peking onleefbaar vond. Ik vroeg hem hoe het voelt om nergens thuis te zijn. Identiteit en zo. In Kenia kende hij verschillende Noren. Nu hij in Noorwegen woont, overweegt hij hier te blijven. Hij vroeg o.a. wat de tocht met mij deed. En zo werd het dus (te) laat, maar wel interessant.
Vrijdag 5 juni 2015. Stiklestad 32 km







